Menu

Charles Dankmeijer (1861 – 1923) Een gedreven, kleurrijk schilder

titelCharles Dankmeijer (1861 – 1923) | Een gedreven, kleurrijk schilder
auteur: Marten Bol
uitgever: Stichting Museum Veluwezoom Doorwerth, 2002

ISBN 90-803-264-3-7
NUGI 912, kunstgeschiedenis
Gebonden met harde kaft, 72 pagina’s, illustraties in z/w en kleur
Monografie van Charles Dankmeijer uitgegeven ter gelegenheid van een tentoonstelling in het Museum Veluwezoom te Doorwerth.

Dankmeijer was een onrustig, impulsief en romantische persoon. Vond nergens rust en wisselde voortdurend van woonplaats. In 1882 vertrok hij naar Amsterdam en nam les bij de Rijksacademie aldaar. Hij kreeg les van A. Allebé en Professor Barend Wijnveld, en bleef daar tot 1886, toen hij naar Laren vertrok. Hij werd overweldigd door de schoonheid van de natuur in ‘t Gooi. Voelde dat dit hem aansprak en schilderde heel veel landschappen. Hij ontmoette Anton Mauve en een betere begeleider en leraar kon hij niet treffen. Veel heeft hij van hem geleerd. Na het overlijden van Anton Mauve, in 1888, vertrok hij wederom naar Amsterdam en trouwde met Anna Margaretha van Oven. Intussen heeft hij enige tijd gewerkt in Den Haag, Renkum en Oosterbeek en maakte reizen naar Vlaanderen, Frankrijk en Italië.

Na veel omzwervingen kwam hij in 1895 weer terecht in Renkum en Oosterbeek en werd medeoprichter van de Veluwse Kunstenaarsvereniging ‘Pictura Veluvensis’. Hij werkte samen met Theophile de Bock en Johannes Bilders die de centrale figuren waren in deze kunstenaarskolonie. Oosterbeek was in de jaren 1840–1870 erg in trek bij kunstenaars die ‘en plein air’ wilden schilderen, dit was de manier van schilderen die Charles het meest beviel. Zijn onrustige geest wilde niet aan plaatsen, voorschriften en regels gebonden zijn.
Ondanks zijn romantische inslag waren zijn ontwerpen soms bizar, onrustig, impulsief en bewogen. Zijn ongedurigheid weerspiegelt zich in zijn gehele oeuvre. De lijnvoering is niet altijd sterk, soms weifelend maar zijn coloriet was altijd wat sober (later werd dat kleurrijker) maar dit werd gecompenseerd door zijn impressionistische stijl van weergave. Zijn wolkenluchten waren imposant en een romantische ondergrond is duidelijk aanwezig.

Charles Dankmeijer was een persoon aan wie alle proza van het leven vreemd was. Een kleine man met slordige vlekkerige kleding, waaruit men de kleuren van zijn palet duidelijk kon afleiden. Leefde in kleuren en momenten. Het bizarre trok hem aan. Plotselinge ingevingen brachten hem in verrukking. Al was het midden in de nacht, hij had nergens meer oog voor en ging als in trance, aan het werk. Ook zijn persoonlijke leven was onbegrijpelijk. Van enig maatschappelijke regelmaat was geen sprake en zijn schuldeisers moest hij met betalingen van schilderijen, tevreden stellen.

Als landschapschilder leefde hij met de jaargetijden. In de winter werd zijn palet gekenmerkt door aardse kleuren. Ook veel grijs en wit werden daarbij gebruikt.
De zomertijd beïnvloedde zijn coloriet sterk. De kleurtoon werd feller en uitbundiger. Kortom de wereld om hem heen veranderde regelmatig en had een grote invloed op zijn manier van werken. Impressionistisch, soms rauw en fel dan stil en in grijs- en bruintonen. Een onrustige altijd zoekende geest, moeilijk te begrijpen.
In 1906 ging Dankmeijer terug naar Den Haag. In het culturele klimaat van de Hofstad begon men meer waardering en begrip te krijgen voor de ‘plein air’ schilders en ontstond de ‘Haagse School’. Dankmeijer overleed in 1923. Berooid en vergeten. Door zijn onregelmatige en wilde leven kreeg hij weinig opdrachten. Heel triest eigenlijk dat deze eenzame figuur met al zijn gaven, maar zonder enige regelmaat in zijn leven, in vergetelheid is gestorven.