Menu

Vervolg van de schilderskolonie

In de loop van de 19e eeuw wordt reizen populairder door de technische ontwikkelingen.  Op de Rijn is er een stoomboot verbinding naar Duitsland, met een halte bij het huidige veer tussen Oosterbeek en Driel.  Er is nu ook een klinkerweg tussen Utrecht en Arnhem (de Utrechtseweg). Al in 1845 wordt de spoorlijn Utrecht – Arnhem geopend, met een stationnetje bij Wolfheze. Oosterbeek ligt dan nog bij de rivier en krijgt pas later een station.

Frederik Hendrik Hendriks

In het begin van de bloeiperiode hanteert men nog een verfijnde penseelstreek.  De schilderstukken verbeelden een paradijselijke harmonie en rust. Menselijke figuren zijn klein en ondergeschikt aan de grootse natuur, in bewondering voor de schepping. Rustende dieren versterken deze harmonie. Kenmerkend voor de romantische schilderstijl.

Frederik Hendrik Hendriks werkt en denkt in een romantisch-religieuze stijl. Het liefst is hij bij Wolfheze. Hij is behalve schilder actief betrokken bij een religieuze beweging ‘de Afgescheidenen’. Wolfheze wordt ook door andere religieuze groeperingen bezocht. Een paar jaar lang zijn daar zeer grote zendingsbijeenkomsten in de buitenlucht.

Hendriks wordt de ‘Meester van Wolfheze’ genoemd. Onder die titel is er in 2011 een boek verschenen over hem en zijn leerlingen, o.a. Jacob Cremer, Petrus Oerder en Marinus Harting.

Met de komst van Johannes Warnardus Bilders breidt de naam en faam van Oosterbeek zich uit.  Hij heeft grote aantrekkingskracht op een jonge generatie schilders. 

Ook zij wandelen met hun schildersspullen graag van Oosterbeek naar Wolfheze, via een weggetje parallel aan de Wolfhezerweg, het ‘Schilderslaantje’.

Bilders kan zijn gezelschap boeien met verhalen. Hij viert zijn verjaardagen met een ritueel bij de beek om nieuwelingen in te weiden, waarbij hij als Wodan optreedt en de oude eiken Wodanseiken noemt. Zo worden ze nu nog genoemd.

Johannes Warnardus BildersWodans eiken

Met zijn ‘schildersbent’ luidt hij geleidelijk een nieuwe tijd in. Buiten schilderen wordt een nieuwe trend, ‘en plein-air’, onder invloed van het Franse Barbizon. Dit is nu mogelijk door de ontwikkeling van de verftube. Door buiten in weer en wind te werken ontstaat een lossere stijl, met een snellere penseelstreek, de ‘Oosterbeekse School’.  

Aanvankelijk maakten de schilders grotere werken binnen op basis van buiten gemaakte voorstudies, grote werken werden later ook buiten geschilderd.  Heuvelachtige vergezichten, intieme doorzichten in het bos, liefst met stromend water.  Lichtinval in het donker. Bruinen en grijzen overheersen veelal. Jongere schilders wagen zich voorzichtig aan wat meer kleur, zoals onder andere. Gerard Bilders.

Willem Maris

Voor kortere of langere tijd, vooral ’s zomers, verblijven in Oosterbeek veel schilders zoals Willem Roelofs, Anton Mauve, de drie gebroeders Maris, Matthijs, Jacob en Willem, Paul Gabriel en Johannes de Haas.  De kunstenaars, waaronder ook schrijvers en musici, treffen elkaar in herbergen en pensions, bij elkaar thuis, of op culturele ‘avondjes’ die de welgestelden houden. Zo is er sprake van een ware kunstenaarskolonie.

Er zijn ook kunstenaressen van betekenis, zoals Maria Vos. Zij geeft o.a. tekenles op de kostschool “De Tafelberg” voor nette jonge dames. Het kunnen tekenen en muziek maken hoort bij een goede opvoeding. Zij richten zich niet alleen op het landschap, maar ook op stillevens, bloemen en portretten. Samen met de schilderes Adriana Haanen bouwt en bewoont zij de chaletachtige Villa Grada in het Zweiersdal, aan de Fangmanweg.

Maria Vos

Er zijn meer actieve schilderessen, sommigen getrouwd met schilders. Hun aandeel blijft vaak op de achtergrond, maar zij hebben wel invloed. Ook de oude Bilders trouwt naderhand met zijn veel jongere leerlinge Maria van Bosse die, naast het schilderen, hem verzorgt tot zijn dood in 1890.

Adriana Johanna Haanen

Oosterbeek ontwikkelt zich tot geliefd zomerverblijf voor gegoede families uit het westen van het land. Zij kopen buitenplaatsen of laten villa’s bouwen. Sommige families ondersteunen de kunstenaars. Door werken aan te kopen, hun studie te betalen of hen te laten logeren. Zo heeft Jan Kneppelhout nadat hij in 1847 het landgoed ‘De Hemelse Berg’ koopt, zich ontwikkelt tot beschermheer van meerdere kunstenaars, o.a. Gerard Bilders, zoon van Johannes.

Na 1870

Landschapsschilders reizen en verhuizen veel. Voor inspiratie naar buiten, voor inkomsten hebben ze juist een stedelijke omgeving nodig.   Door de oprukkende bebouwing verliest Oosterbeek veel van de idyllische sfeer. Rond 1870, als het dorp meer en meer een toeristisch oord wordt, is het hoogtepunt van de ‘Oosterbeekse School’ voorbij. Sommige schilders geven de voorkeur aan het eenvoudiger Renkum en Heelsum, of gaan naar andere schilders dorpen die intussen zijn ontstaan. Veel schilders blijven niet lang op een plek.

Anton Mauve

Enkelen treffen elkaar in Den Haag, Scheveningen en Katwijk, waar zij het Nederlandse impressionisme verder ontwikkelen onder de naam ‘Haagse School’ en daarmee grote bekendheid genieten (Anton Mauve, Willem, Jacob en Mathijs Maris e.a.). 

Ook veel amateurs, ‘dilettanten’ komen er graag om te tekenen of schilderen. Sommigen doen niet onder voor professionelen en doen ook mee aan tentoonstellingen.

Pictura Veluvensis

Vanaf 1890 verblijft de schilder Theophile de Bock ’s zomers in Renkum. Hij gaat er wonen en wordt de aanjager van een nieuwe bloeiperiode, ditmaal vanuit het dorp Renkum.

In 1902 wordt daar de kunstvereniging Pictura Veluvensis opgericht.

Men wil de belangstelling voor de kunst bevorderen, o.a. door tentoonstellingen te organiseren. In de Bewaarschool in Renkum worden niet alleen zomerexposities gehouden maar ook lezingen, cursussen en muziekuitvoeringen.

Aan deze grote tentoonstellingen nemen steeds meer kunstenaars deel, ook op uitnodiging. Zo is werk te zien en aan te kopen onder andere van leden van de Haagse School, kunstenaars uit Bergen en Laren, Amsterdamse Joffers.

Rond Renkum  en Oosterbeek wonen en verblijven: Theophile de Bock, Xeno Munninghoff, Charles Dankmeijer, Hendrik van Ingen, Antoon Marcus, Cornelis Kuypers en Barend Ferwerda. De laatste is ook actief bestuurder van Pictura Veluvensis. Het is een bloeiende kunstenaarsvereniging tot de economische crisis in 1929. In 1935 wordt de vereniging officieel opgeheven.

Barend Ferwerda, bloeiende fruitbomen

Men kan Pictura Veluvensis typeren als een exponent van de nabloei van de Haagse School.  Realistisch, maar vrijer en kleurrijker dan daarvoor. Bij de “schilders van de Veluwezoom” denkt men vaak in de eerste plaats aan deze periode.

Men vindt inspiratie bij eenvoudige boerderijen, natte weiden, uitzicht op de rivier, lichtval door het bos. Koeien zijn een geliefd onderdeel in het landschap. De in Renkum geboren Hendrik van Ingen wordt bekend als koeienschilder. Hij doet dat zo goed dat andere schilders hem vragen om in hun schilderwerk de koeien te doen. Daar betaalden ze hem voor.

Inkomsten verwerven blijft moeilijk voor de meesten. Men is blij met een leraarsbaan of werk te kunnen verkopen op een expositie of bij een galerie elders.

Na de 2e wereldoorlog

Dirk van Veelen

komt het culturele leven in de gemeente Renkum langzaam op gang. Herman Romijn richt in 1949 de groep Oosterbeekse Beeldende Kunstenaars (1949-1954) op. In 1955 opgevolgd door de vereniging Rhijn-Ouwe (1955-1961). In 1962 gaat deze vereniging op in een breder verband, namelijk Punt 62 – kunstenaarsgroep van de Zuid-Veluwezoom (1962-1967). 
Deze verenigingen hebben aan een vijftigtal kunstenaars een podium geboden.

Herman Romijn

Naast Romijn, o.a. de kunstschilders Harry Antheunis, Jan Holtrop, Johan Mekkink, Piet van Mierop, Jan Teerink, Dirk van Veelen, Tilly Münninghoff-van Vliet, Elisabeth Roest van Limburg, en anderen. De schilders blijven inspiratie vinden in het omringende landschap.

Eef van Brakel

De vele nu in de gemeente Renkum levende kunstenaars zoeken individueel hun weg tussen abstractie en realisme, vaak weer op basis van schoonheidsbelevingen in de natuur. De Stichting Scarabee organiseert tentoonstellingen en er is ook jaarlijks een kunstroute in de gemeente Renkum.

Greet Toxopeus

Literatuur suggesties over de Veluwezoom